Te laat geboren
Al tijden lang had ik het vermoed, maar nu weet ik het zeker: ik ben tachtig jaar te laat geboren. Het toeval speelde me namelijk een door Vader Tijd vergeten exemplaar in handen van de "Standard Postage Stamp Catalogue", die de "Scott Stamp & Coin Company Ltd" te New York uitgaf in 1903, en dat was al de 62e editie.
Een boekje van zo'n 750 pagina's dundrukpapier, ter grootte van een pocket, in een stevig bandje gebonden, waarvan men toen voor 50 cents eigenaar kon worden. Tot mijn verbazing stond de hele wereld erin! Mét 7 pagina's "Hints for Collectors" en met een lijst van uitdrukkingen en termen in drie talen.
De hele USA plus de Confederate States beslaat 70 bladzijden, inclusief Provisionals (Voorlopers), Locals (Plaatselijke uitgiften), Officials (Dienstzegels), Postwaardestukken en Revenues (Belastingzegels), maar uiteraard zonder Air Mail (Luchtpost). En heel Canada nam vier bladzijden in beslag.
De nummers van de USA-frankeerzegels lopen tot 299, waaronder 27 Provisionals, want Scott nummerde in 1847, toen de eerste federale postzegels verschenen, gewoon door: onze nummers 1 en 2 heetten toen nog 28 en 29, en ze stonden genoteerd voor $ 7.50 en $ 20.- postfris, en voor $ 0.70 en $ 4.- gebruikt. De dollar deed toen twee gulden vijftig...
Een Portzegel werd nog een "Unpaid letter stamp" genoemd en bij de "Stamped Envelopes", de enveloppen met voorgedrukte postzegel, waarvoor alleen de waarde van "Cut squares", de afgeknipte hoeken met de postzegel erop, is vermeld, werd achter het catalogusnummer het nummer van het betreffende vakje in het "International Postage Stamp Album" genoemd, dat Scott voor $ 1 franco huis leverde.
De omschrijvingen waren hier en daar recht voor z'n raap. Zo wordt van de eerste door Plimpton gedrukte enveloppen eerst droogweg vastgesteld dat de profielen slecht zijn uitgevallen en niet méér zijn dan armzalige namaak van de fraaie Reay-gravures - Reay was de vorige contractdrukker - en vervolgens wordt bij de 10¢, Scott # U187/188, waarbij Scott nú discreet opmerkt "very large head" (zeer groot hoofd), rondweg de kwalificatie "Booby Head" vermeld, zoiets als 'hoofd van een grote lummel".
En bij de 12¢ Scott # U195/197, waar vandaag netjes bijstaat "ear prominent, chin receding", oor in het oog vallend, kin terugwijkend, vindt u de bondige omschrijving "face idiotic", idioot gelaat.
Ook voor de kleuraanduidingen bleef men kennelijk wat dichter bij huis. De Scott # 257 en 272, dat zijn de 8¢ waarden van 1894 en 1895, waren toen nog "puce", oftewel "vlokleurig". En iedereen kende toen nog die kleur uit eigen ervaring...
Kostelijk zijn de aanbiedingen van Scott in de vorm van advertenties. Wat dunkt u van "surcharge measurers", opdrukmeters, in de vorm van een soort regelbare passer: $ 1.25. Een set van "7 philatelic maps of the world": $ 0.30. "Electrotypes of stamps", cliché's van de door Scott gebruikte illustraties: $ 0.40. Het beroemde boek "The Postage Stamps of the United States" van John N. Luff: $ 7.50. En als klapstuk "cheap sets of stamps", goedkope series postzegels, zoals Scott # 1 én 2 van de USA samen voor $ 3.50, en de hele Columbusserie ongebruikt voor $ 20.- Ook voor $ 20.- de hele Canadese Jubileeserie, postfris!
Ik houd er maar over op. Ik zei het al: 80 jaar te laat geboren...