Stille getuigen (Civil War periode)



Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog van 1861-1865 werden de kusten en de havens van de Zuidelijke Staten, de zogenaamde Confederatie, geblokkeerd door de marine van de Noordelijken, de Unie. Tot de bevelhebbers daarvan behoorden David Dixon Porter en David Glasgow Farragut, die later allebei tot admiraal werden benoemd. Zij zijn samen vereeuwigd op de 3 cents Navyzegel van 1937 (Scott # 792).

Navy zegel uit 1937, scott 792

Navy zegel uit 1937, scott 792

Een portret van Farragut is ook te vinden op de $ 1 van 1903 (Scott # 311).

Farragut 1$ uit 1903, scott 311

Farragut 1$ uit 1903, scott 311

Deze blokkade veroorzaakte in de Confederatie een schaarste aan de meest elementaire levensbehoeften. Aan het één wat vroeger, aan het ander wat later. Ook in onze hobby zijn daarvan stille getuigen te vinden. Wie een brief wil versturen heeft een velletje papier nodig en een envelop of een combinatie van die twee, een postzegel, pen en inkt of een potlood. Aan al die dingen ontstond gebrek.

De pen bleef nog het best verkrijgbaar. Het gebruik van ganzenveren was trouwens nog algemeen en ganzen waren er genoeg. Voor het inktprobleem vond men altijd wel een oplossing. Er zijn heel wat gekleurde vloeistofjes gebrouwen. Potloden werden in eerste instantie toegewezen aan de soldaten.
Met de postzegels lukte het ook nog wel. Soms vindt men nog wel eens een waardestempel in plaats van een zegel op een envelop, maar dat zijn toch uitzonderingen. Nadat op 1 juni 1861 het gebruik van USA-postzegels in de Confederatie was verboden, kwamen op 16 oktober 1861 de eerste eigen CSA-zegels in omloop. In de tussentijd had men zich beholpen met zogenaamde 'provisionals', voorlopige hulppostzegels en enveloppen met opgedrukte postzegel die door de postmasters, de plaatselijke postdirecteuren, zelf werden uitgegeven. Als het nodig was, wist men ook andere middelen te vinden. Een mooi voorbeeld daarvan zijn de gehalveerde postzegels, zoals de groene 20 cents (Scott # 13c en 13d), die vooral in Texas zijn gebruikt.

13c 13d

Bekend is ook de zogenaamde 'Caspary Cover', die gefrankeerd is met een strip van twee hele plus een gehalveerde 2¢ zegel (Scott # 3a).

Intussen is aan de postzegels zelf goed te zien dat het drukken ervan nogal amateuristisch gebeurde: ze bestaan in heel wat varianten. De gom was een geweldig probleem. Men gebruikte een gom die gemaakt was van melasse en daar zijn allerlei insecten gek op. En als die insecten de zegels dan al niet bedierven, dan deed de gom zelf dat wel! Men heeft verzamelaars van brieven wel aangeraden de zegels van hun stukken af te weken, de originele gom daarvan te verwijderen en ze daarna weer op hun plaats te brengen.

Er zijn stukken bekend waarop de postzegel met rode lak is vastgehecht. Bekend is ook een brief waarop een postzegel van 10¢ is geplakt, met erbij geschreven de verzuchting: 'Paid if the damn thing sticks', 'Betaald, als dat rotding tenminste blijft zitten.' Er waren zelfs wanhopigen, die de postzegel op de envelop vastnaaiden!

Het allergrootste probleem vormde echter het papier. De 'provisional envelopes' zijn meestal gemaakt van ruw bruin papier, dat ter plaatse was gefabriceerd. De mensen knutselden ook zelf enveloppen, in alle soorten en maten. Alles wat maar een blanco kantje had werd daarvoor gebruikt: oude rekeningen, kwitanties, folders, formulieren, vellen uit registers en wat niet al. Interessant zijn vooral de enveloppen die men maakte van behangpapier (wall paper).
Die zijn in de Scott Catalogus bij bijna alle nummers als afzonderlijke variëteit vermeld, zoals overigens ook de "patriotic covers" (enveloppen met een vaderlandslievende tekst en/of afbeelding) en de "prisoners' covers" (afkomstig van krijgsgevangen soldaten).
Ook werden enveloppen dikwijls voor de tweede keer gebruikt, of zelfs nog vaker. Men draaide ze eenvoudig binnenstebuiten. Deze "turned covers" kwamen zo vaak voor, dat de kenner enveloppen uit die tijd altijd eerst even tegen het licht houdt!
Zo kan onze liefhebberij ons ook vandaag de dag nog interessante getuigenissen in handen spelen uit de lang vervlogen jaren van de Civil War.