USCA post 60, september 1992


auteur: Ralph Ebner
Vertaling: A. van Herk
Overgenomen uit Rundbrief 83 van onze Duitse zustervereniging.


De papiersoorten uit de Amerikaanse Bank Notes tijd (II)

Wij gaan nu over tot een beschrijving van de verschillende papiervariëteiten.


Het gewone harde papier
1870 van de National Bank Note Company

Dit papier vertoont als men het doorlicht een volkomen homogene, gelijkmatige structuur, meestal zonder enig spoor van draden van de zeef waarmee de papierbrij werd geperst. Legt men het op zwart karton, dan vertoont het onder een UV-lamp een karakteristieke lichte tint, bijna wit (niet te vergelijken met dat van optische witmakers in moderne papiersoorten). Nu heb ik de mogelijkheid het papieroppervlak te bekijken onder een sterke vergroting. Dan blijkt dat de papiervezels stevig aan elkaar "gebakken" zijn. Er zijn in het geheel geen losse eindjes te zien, behalve als men de zegel veel te lang in warm water heeft afgeweekt.


1973 van de Continental Bank Note Company

Hiervoor geldt in wezen hetzelfde als wat reeds is opgemerkt bij het papier van de National Bank Note Company. Het verschil ligt echter daarin, dat zich bij doorlichten ten dele en heel licht een zeefpatroon aftekent in de vorm van kleine elliptische puntjes. Onlangs heb ik ergens gelezen dat de drukkerijen van elkaar te onderscheiden zijn aan de hand van de netstructuur van de zeef. Of dit juist is, kan ik op dit moment niet beoordelen, ook al omdat die structuur zich maar bij heel weinig zegels duidelijk aftekent. Maar ik wil het toch gezegd hebben.


Intermediate papier

Vermoedelijk na 1875 tot circa begin 1878. Onder UV-licht en aan de hand van het oppervlak nauwelijks van hard papier te onderscheiden, al tekent zich de markante grofmazige structuur van het latere zachte papier reeds af. Bij het kopiëren van reen fotokopie gaat altijd het meeste verloren. Goed te zien is echter waar de gomlaag ophoudt. Ook tekent zich een lichte horizontale structuur af. Het zachte papier blijft daarentegen gelijkmatig donker met een zeer duidelijke structuur. (zie afbeelding 1 en 2)

(1) Hard white paper (1) Hard wit papier (1) Soft porous paper (2) Zacht poreus papier


Het zachte, dikke papier

Vermoedelijk vanbegin 1878 af. Zacht, maar in elk geval zou ik liever zeggen optisch dik, want nameten met papierdikte meters levert geen betrouwbare onderscheidingsgrenzen op. Bij het doorlichten blijft het papier echter veel donkerder, bijna geel, met een duidelijke grofmazige structuur. Onder UV-licht vertoont het papier een opvallende donkerviolette tint.
Bij voldoende vergroting lijkt het oppervlak het meest op dat van een grasveld, want alle uiteinden van de papiervezels steken naar buiten.

Om het geheel nu volledig verwarrend te maken zou ik willen opmerken dat ik stukken in mijn bezit heb waarbij elke combinatie van alle drie criteria, dus doorlichting, UV-licht en oppervlak, mogelijk kan zijn. In hoeverre het om latere veranderingen (optische witmakers, te lang afweken, vuil) of om echte tussenstadia gaat, kan ik bij gebrek aan voldoende materiaal nog niet beoordelen.


Wat moet men nu verzamelen

Beperkt u zich tot de twee belangrijkste soorten, die u met zekerheid kunt identificeren aan de hand van oudere of nieuwere zegels die maar op één soort zijn gedrukt. Als u met enige oefening daarna ook het typische intermediate papier herkent, is uw verzameling al verder dan de catalogus en voldoende gespecialiseerd. Stukken, die u niet met zekerheid kunt thuisbrengen, zijn voor wat de aard van het papier betreft misschien al niet meer onberispelijk en dan horen zij wellicht nog wel in een stempelverzameling, maar niet in een gespecialiseerde collectie van de verschillende drukkerijen thuis. Weg ermee naar het album met ruilzegels: iemand die alleen motieven verzamelt, kan er vast nog wel plezier aan beleven.
Daarnaast bestaat er echter een reeks van bijzondere papiersoorten waarop ik nu nog afzonderlijk zal ingaan. Wie ze ontdekt en kan thuisbrengen, moet ze beslist in zijn of haar collectie opnemen.


Geribbeld papier

Elk verzamelgebied kent zijn geribbelde papiersoorten en die zien er dan telkens anders uit; niemand weet eigenlijk precies hoe en zo ontstaan er de meest avontuurlijke catalogiseringen. Dat geldt nu net ook voor het verzamelgebied USA, waarin een praktisch te verwaarlozen variant van het harde papier dikwijls voor geribbeld papier wordt aangezien en aldus een vloed van waarden op zogenaamd geribbeld papier is ontstaan. Die beschrijf ik verderop onder "gestreept papier".
Een feit is dat de meeste waarden nooit op geribbeld papier worden aangeboden, hoewel ze steeds weer worden gecatalogiseerd en vermeld.
Als eerste heeft Luff deze papiersoort opgenomen, zij het met de vele ondersoorten die ik er vandaag de dag niet meer toe zou willen rekenen. Daarom komt er in zijn tabellen een enorm groot aantal waarden voor.

Brookman heeft toen getracht de waarden op geribbeld papier opnieuw samen te stellen en hij kwam enkel nog tot vier waarden 1¢, 2¢, 3¢ en 15¢. Zelf zou ik daar de 3¢ en de 6¢ post Office Department nog willen bijtellen. Al deze waarden, behalve de 1¢, zijn bij mij verticaal geribbeld aanwezig.

Voorts uiteraard de vier Specimen dienstzegels van de tweede druk van 1875, aan de hand waarvan de gebruiksperiode zo ongeveer in dat jaar voor ons wordt vastgelegd. Die zijn echter horizontaal geribbeld, vermoedelijk doordat de drukplaten een ander formaat hadden.

Er zijn bij herhaling andere waarden in de overzichten vermeld, vermoedelijk van elkaar overgeschreven. Ik stel dan ook het grootste belang in bewijsstukken, ook voor horizontaal geribbelde, en voorshands twijfel ik aan het bestaan daarvan, temeer omdat het ook verzamelaars met aanzienlijk grotere mogelijkheden dan ik niet gelukt is die te pakken te krijgen.

Voor de statistieken: tussen bijna 700 groene 3¢ zegels vond ik er 3 en uit een partij van 1000 3¢ Post Office Department zegels amper 40 op geribbeld papier. Waarvan 30 met de ribbeltjes op de beeldzijde, een tot dusver nog nooit beschreven variant.

Uit dit laatste zou blijken dat de ribbeltjes maar aan één kant, in de regel de achterkant, te zien zijn. En dat is niet zo moeilijk als men de zegels schuin in scherp strijklicht houdt, met de invalshoek dwars op de ribbeltjes. Op die manier kunnen ook grote partijen gemakkelijk worden doorgekeken.

Terwijl ik met dit artikel bezig was, heb ik een 5¢ Taylor ontdekt die een zwak uitkomende horizontale ribbeling vertoont. Een Amerikaanse vriend schreef mij, dat in de Verenigde Staten kort geleden een 24¢ op dit papier als echt is erkend.

Ik zou het prettig vinden als mij de ontdekking van nog meer waarden werd gemeld of me die zelfs werden aangeboden.

Bij de foto onder strijklicht op afb. 3 doet zich naast de heel duidelijke ribbels op de rugzijde van een 3c Post Office Department een bij diepdruk voorkant verschijnsel voor. De vorm van de "3", die aan de voorzijde in verhoogd reliëf ligt, is hier als verdiept te herkennen.

(3) ribbed paper
(3) Geribbeld papier


Gestreept papier

Hoe het geribbelde papier is ontstaan, is niet bekend. Er worden slechts vermoedens geuit over ruw, wellicht met grof schuurmiddel, vlakgemaakte perswalsen. Maar dat acht ik in elk geval onwaarschijnlijk: de structuur is daarvoor veel te gelijkmatig.

Ook al is de oorzaak van deze eigenaardigheid onbekend, hetzelfde verschijnsel ligt waarschijnlijk ten grondslag aan het gestreepte papier. Ook dit vertoont de strepen, voor zover ik dat al meten kan, in een aantal van 17,5 op 2cm, vermoedelijk voor Luff aanleiding om die twee bij elkaar te gooien. De verschijningsvorm is echter beslist een andere. Onder strijklicht is er totaal niets te zien, maar bij doorlichten wel. Dan zijn evenwijdige strepen te zien, als een licht watermerk. Bij geribbeld papier zie ik echter bij doorlichten in het geheel niets.

Sommige stukken wekken al aan de voorkant met het gedrukte beeld vermoedens; daarvan heb ik echter ook maar één echt mooi voorbeeld, een 3¢ Justice. Andere zullen bij natmaken heel duidelijk te voorschijn komen, bijna zoals een watermerk. Dit fenomeen doet zich ook voor bij de drie rode 2¢ gelegenheidszegels uit het jaar 1909.

Kortom, mij ontbreekt tot dusver het materiaal om hierover echt uitspraken te kunnen doen. Ook heb ik tot nu toe geen enkele ongebruikte zegel met originele gom. Ik denk echter dat deze variëteit voorlopig vergeten kan worden. Vanwege de volledigheid wilde ik haar echter niet onvermeld laten, te meer omdat iedereen over dit fenomeen zou kunnen struikelen.


Papier met strovezels

Eigenlijk een grap, maar wel gecatalogiseerd. Onder strovezel papier heb ik me altijd een soort papier voorgesteld met vele duidelijk zichtbare strodeeltjes, net als papier met vezeltjes zijde. Men denk daarbij bijvoorbeeld aan de Zwitserse papiersoorten. In feite bevat praktisch elke zegel één of twee met het blote oog zichtbare strodeeltjes. Nu zijn mij bij de State Department dienstzegels exemplaren van 3¢ en 6¢ opgevallen met een specifieke tint drukinkt, die allemaal een meer dan normaal gehalte aan strodeeltjes bevatten. Wie nu denkt dat dit in het oog moet lopen, zit er ver naast. Alleen bij vergroten, en doorlichten, om te maken dat ook deeltjes binnen de papierlaag zichtbaar worden, zijn er zo'n 10 tot 20 grotere en ontelbare microscopisch kleine deeltjes te vinden.

Intussen heb ik ook een paar waarden gevonden. Als dit nu werkelijk de gecatalogiseerde papiervariant is, dan is die in mijn ogen ook voor een gespecialiseerde verzamelaar haast te vergaand en onbeduidend.

Toch ben ik ook geboeid door het feit dat ik bij de State Department zegels een absolute overeenstemming heb vastgesteld tussen een nuance van de drukkleur en deze strodeeltjes in het papier. Hier is dus met zekerheid sprake van een afzonderlijke oplage.


Naadwatermerken, een bijzondere vorm

Tot slot zou ik een bepaald verschijnsel niet onbesproken willen laten, omdat het de moeite loont daarvoor bij het sorteren al dadelijk de ogen open te hebben. Afbeelding 4 toont duidelijk hoe de steken waarmee de stof aan elkaar is genaaid een watermerk in het papier achterlaten, een markante variëteit.

(4) Stich watermark
(4) naadwatermerk


Eigenlijk hebben de postzegels van de USA in die tijd nog geen watermerk, althans geen met opzet aangebracht watermerk als een bescherming tegen vervalsing. De walsen waarmee het water uit de papiervrij werd geperst waren bespannen met een stof waarvan de aan elkaar genaaide naad een verdunning in het papier veroorzaakte die zich voordoet als een watermerk. De afbeelding is daarom ook gemaakt met behulp van een Signoscope.

Naar het schijnt komt dit verschijnsel bij alle soorten papier voor. Ik heb inmiddels al zeker 3000 zegels omgedraaid waarbij mij het naadwatermerk had moeten opvallen. Maar ik heb er maar twee gevonden. Meer kan ik over het voorkomen en de frequentie niet zeggen.

Daarmee zou ik het uitstapje naar de papiersoorten willen besluiten. Dit artikel is stellig niet allesomvattend, maar dat hoeft en kan ook niet. Ik heb enkel geprobeerd de werkelijk bij de dagelijkse productie voorkomende soorten te beschrijven. Het dubbele papier (double paper) heb ik daarbij buiten beschouwing gelaten omdat ik me geen voorstelling kan maken van hoe dat er uitziet.
Wellicht ben ik voor velen al te ver gegaan. Maar ik wil allen die willen proberen de catalogus op dit punt te volgen aanmoedigen zich daaraan te wagen. Met een beetje oefening is het eigenlijk ook geen probleem. Alleen de onvoldoende catalogisering staat hierbij in de weg; misschien kan men daar wat aan doen.

Gaarne bied ik aan in geval van twijfel te helpen bij het sorteren, om een opening te vinden. Zelfs de beste beschrijving helpt dikwijls niet als er geen vergelijkingsmateriaal aanwezig is.

Daarbij valt mij in, dat het een goed idee zou kunnen zijn staalkaarten met de papiersoorten samen te stellen. Dat kunnen gerust ook beschadigde zegels zijn, als ze maar niet chemisch vervalst of veranderd zijn. Het zou me plezier doen als men voor zulke onderzoeksdoeleinden doubletten ter beschikking wilde stellen. Misschien zit er hier of daar nog wel een in zakjes of kilowaar uit de tijd van de Bank Notes die men mij zou kunnen aanbieden!